Het type ongeval in het kort
Bij dit type ongeval wordt het slachtoffer geraakt door een object dat rolt of schuift. Dit noemen we ook wel de centrale gebeurtenis. Voorbeelden van de objecten waar slachtoffers door worden geraakt zijn staven, rolcontainers of platen. Als het slachtoffer wordt geraakt door een rijdend voertuig, valt dit onder het ongevalstype Aanrijding door een voertuig.
Factoren die bij deze ongevallen een rol kunnen spelen zijn onder andere beveiligingen tegen het onbedoeld in beweging komen van objecten, maatregelen om te voorkomen dat medewerkers gevarenzones betreden, de plaatsing van voorwerpen en systemen voor baanbeveiliging of routegeleiding. Van alle 97 ongevallen in de database waarbij iemand wordt geraakt door een rollend of glijdend object is van het slachtoffer met het meest ernstige letsel bekend wat de gevolgen waren. Soms valt er bij een ongeval meer dan één slachtoffer. Bij dit ongevalstype komt dat bijna nooit voor.
Het merendeel van de slachtoffers is man (91%). Gemiddeld waren de slachtoffers 45 jaar oud. De gevolgen van de meldingsplichtige ongevallen die in de MLvO-database zijn opgenomen zijn ernstig. Slachtoffers van deze ongevallen kunnen bijvoorbeeld blijvend letsel oplopen (29%).
In deze analyse zijn ongevallen meegenomen waarvoor een volledig ingevulde MLvO-vragenlijst beschikbaar is; in totaal gaat het om 97 ongevallen. Dit is ongeveer 1% van alle ongevallen in de database. De huidige analyse gaat over de periode van 2020 tot en met 2024.
Inhoud van deze pagina
Ieder ongeval is anders. Verschillende oorzaken, gebeurtenissen en activiteiten kunnen een rol spelen. Op deze pagina bespreken we achtereenvolgens:
Voorafgaand aan het ongeval
Van ieder ongeval is bekend wat er heeft plaatsgevonden vlak voor het ongeval. Zo is er informatie beschikbaar over de activiteit van het slachtoffer en de specifieke werkzaamheden aan het object. Deze informatie wordt in de onderstaande grafieken weergegeven.
De activiteit van het slachtoffer
Zoals te zien in onderstaande grafiek, was het slachtoffer bij de meeste ongevallen aan het werk dichtbij het rollende of glijdende object (38%).
De werkzaamheden aan het object
Voor ieder ongeval is bekend welke werkzaamheden werden uitgevoerd aan het object voordat het in beweging kwam. Zo is in onderstaande grafiek te zien dat in de meeste gevallen het object werd verplaatst (46%). In 30% van de gevallen werd het object door een arbeidsmiddel aan het rollen of glijden gebracht. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om vorkheftrucks of kranen.
De objecten
Van ieder ongeval is informatie beschikbaar over het object waardoor het slachtoffer geraakt werd. Daarnaast is bekend wat de originele positie van het object was, voordat het in beweging kwam. Deze informatie wordt weergegeven in de onderstaande grafieken.
Veelvoorkomende oorzaken van dit type ongeval
In de MLvO worden ernstige arbeidsongevallen geanalyseerd als een opeenvolging van gebeurtenissen. Dit wordt ook wel een scenario of ongevalspad genoemd. In het midden van het ongevalspad bevindt zich de centrale gebeurtenis. De ongevallen op deze pagina hadden allemaal dezelfde centrale gebeurtenis, in dit geval is dat: een object dat gaat rollen of glijden.
Hiervoor gebeurt vaak nog iets anders dat belangrijk is voor het ongeval. Voor deze ongevallen brengen we daarom aanvullend de volgende essentiële gebeurtenissen in kaart:
- Het slachtoffer bevond zich in de gevarenzone
- Er ontstond een nieuwe gevarenzone door de beweging van het object
Naast deze gebeurtenissen bevat de MLvO informatie over de veiligheidsmaatregelen die van belang kunnen zijn als iemand op het werk wordt geraakt door een rollend of glijdend object. Deze veiligheidsmaatregelen kunnen de centrale gebeurtenis voorkomen of de gevolgen hiervan beperken. Deze maatregelen worden ook wel preventieve en repressieve barrières genoemd. Bij ernstige arbeidsongevallen gaan er vaak meerdere dingen tegelijkertijd mis, meerdere veiligheidsmaatregelen blijken dan niet te werken. Dat is onderdeel van het ongevalspad.
Hieronder gaan we nader in op de hierboven genoemde gebeurtenissen en op de preventieve veiligheidsmaatregelen. Veiligheidsmaatregelen om de gevolgen van een centrale gebeurtenis te beperken, en die dus van belang zijn na de centrale gebeurtenis, worden verderop toegelicht. Meer over de MLvO-methode, en de ontwikkeling hiervan, kunt u lezen op deze pagina.
Gebeurtenissen
Hoe vaak bepaalde gebeurtenissen in de database voorkomen staat in de onderstaande grafiek, hierbij is afgebeeld wat als eerste gebeurde. Daarin is onder andere te zien dat in 62% van de onderzochte ongevallen het slachtoffer zich in de gevarenzone bevond.
Falende preventieve maatregelen
Bij ernstige arbeidsongevallen gaan vaak meerdere dingen tegelijkertijd mis. Er wordt bijvoorbeeld binnen de gevarenzone gewerkt, terwijl het object niet voldoende gezekerd is. Dit is in kaart gebracht met behulp van de vraag ‘wat ging er mis?’. In onderstaande grafiek is voor veelvoorkomende (deel)oorzaken weergegeven hoe vaak deze hebben bijgedragen aan een ongeval. Zo is te zien dat in 79% van de ongevallen meespeelde dat het slachtoffer zich in een gevarenzone bevond. Preventieve maatregelen die ervoor moeten zorgen dat slachtoffers wegblijven uit gevarenzones hebben hier dus niet goed gewerkt.
De MLvO bevat alleen maatregelen die direct van belang kunnen zijn voor het ongevalsscenario. In andere onderzoeken op deze website wordt dieper ingegaan op achterliggende oorzaken van arbeidsongevallen zoals afleiding, vermoeidheid, en samenwerking in ketens. Zie hiervoor de pagina over ons onderzoek en bijvoorbeeld dit RIVM-onderzoek waarin de rol van afleiding bij aanrijdingen op de werkplek nader onderzocht is.
Maatregelen om de gevolgen te beperken
Naast maatregelen die een ongeval kunnen voorkomen zijn er ook maatregelen die de gevolgen van een ongeval beperken. Persoonlijke beschermingsmiddelen voorkomen bijvoorbeeld niet dat een ongeval gebeurt, maar kunnen wel letsel voorkomen of de ernst daarvan beperken. Voor ongevallen waarbij iemand op het werk wordt geraakt door een rollend of glijdend object is informatie over de directe hulpverlening ter plaatse beschikbaar.
Directe hulpverlening
De onderstaande grafiek laat zien of er ter plaatse directe hulp is geboden aan het slachtoffer van het ongeval. Als u op de onderstreepte categorie ‘Directe hulp verleend’ klikt, kunt u zien door wie deze hulp geboden is.
De gevolgen voor slachtoffers
Van de 97 ongevallen in de database waarbij een slachtoffer wordt geraakt door een rollend of glijdend object is van het slachtoffer met het ernstigste letsel bekend wat de gevolgen waren.
De onderstaande grafieken tonen achtereenvolgens:
- Het gewicht van het object
- De gevolgen van de ongevallen en ernst van het letsel
- De plaats op het lichaam waar het letsel werd opgelopen
Het gewicht
De onderstaande grafiek laat zien hoe zwaar het object was dat in beweging kwam. In de grafiek is bijvoorbeeld zichtbaar dat de meeste objecten tussen de 100 en 1000 kg zwaar waren.
Gevolgen van de ongevallen
De onderstaande grafiek laat zien wat de uiteindelijke gevolgen waren voor de slachtoffers. Door op een onderstreepte categorie te klikken kunt u meer informatie bekijken over de aard van het bijbehorende letsel van deze slachtoffers. Hierbij kan een slachtoffer meerdere letsels hebben. Letselcategorieën die bij minder dan 5% van de slachtoffers voorkwamen worden hierbij niet getoond.
De plaats van het letsel
De onderstaande grafiek laat zien waar aan het lichaam de slachtoffers letsel opliepen. Door op een onderstreepte categorie te klikken kunt u zien waar het letsel precies is opgetreden. Een slachtoffer kan aan meerdere lichaamsdelen letsel hebben.
Sectoren
Slachtoffers die op het werk geraakt werden door een rollend of glijdend object werkten in veel verschillende sectoren. De sector waarin slachtoffers in deze database het vaakst werkzaam waren is de sector Vervoer en opslag. Ongeveer 26% van alle ongevallen van dit type vindt plaats in deze sector. Daarnaast waren relatief veel slachtoffers werkzaam in de sectoren Industrie (23%) en Handel (21%).
Ongeveer 1% van alle arbeidsongevallen in de MLvO-database wordt veroorzaakt door contact met een rollend of glijdend object. Voor de sector Vervoer en opslag is dat ongeveer 3% van de ongevallen. Het deel van de ongevallen in een sector dat contact met een rollend of glijdend object is, is hieronder in beeld gebracht. In deze grafiek zijn alleen sectoren of subsectoren opgenomen als er minimaal 60 arbeidsongevallen in de MLvO-database aanwezig zijn. Een uitsplitsing naar subsectoren is beschikbaar als minimaal twee subsectoren hieraan voldoen. De verticale rode stippellijn geeft het percentage aanrijdingen in de volledige MLvO-database. Klik op een onderstreepte sector om informatie over subsectoren te zien.
Meer informatie over ongevallen in verschillende Nederlandse sectoren is te vinden op deze pagina.