Kan informatie over valongevallen uit onze ongevallendatabase op een interactieve manier worden gebruikt om werknemers die vaak op hoogte werken ervan te laten leren? We zochten het uit.

In 2024 maakten we 20 observatiekaarten voor acht verschillende ongevalstypen waarbij een werknemer van hoogte valt (van Kampen et al., 2025). Deze kaarten zijn nu vernieuwd, getest op hun bruikbaarheid en daarna nogmaals verbeterd. Op de observatiekaarten staat informatie over wat er volgens de gegevens in onze database vlak voor een ernstig valongeval misging. Elke kaart gaat over een bepaald ongevalstype, zoals een val van een steiger. En beschrijft een essentiële barrière voor één van deze ongevalstypen, zoals het gebruik van randbeveiliging op de steiger. Het belang van de barrière wordt kort uitgelegd, samen met een visuele weergave van relevante data uit de ongevallendatabase. Daarnaast staat op iedere kaart een opsomming van wat er in de praktijk vaak voorafgaat aan deze ongevallen. Het aantal observatiekaarten per ongevalstype varieert van één tot vier.

De nieuwe kaarten kun je binnenkort op onze website downloaden.

Het onderzoek in het kort

Het afgelopen jaar testte het (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) samen met vijf bedrijven of de observatiekaarten bruikbaar zijn in de praktijk. Dit gebeurde in een speciaal ontwikkelde workshop, "Vóór-vallen", waar 38 mensen uit verschillende sectoren aan meededen, zoals de bouw, installatietechniek, petrochemie, en hijs- en heftechniek. Ook bedrijven die trainingen geven in veilig werken op hoogte waren betrokken. Zowel mensen die zelf op hoogte werken als veiligheidsprofessionals deden mee. Voor en na de workshop sprak het RIVM met vertegenwoordigers van de bedrijven om ervaringen te verzamelen. Op basis van alle feedback zijn de kaarten verder verbeterd.

Een voorbeeld van een observatiekaart die getest is vind je hieronder:

Voorkant 


Achterkant


De bijbehorende workshop is bedoeld voor mensen die (te maken hebben met) werken op hoogte. De workshop bestaat uit twee delen en bevat een spelelement:

  1. De groep gaat uiteen in kleine groepjes van ongeveer drie medewerkers. Zij bespreken en beoordelen samen de observatiekaarten. Ze geven aan hoe goed de veiligheid in hun eigen bedrijf geregeld is op basis van de kaart (‘heel goed’, ‘goed’, ‘matig’, of ‘slecht’), en leggen hun gezamenlijke oordeel vast op een scorevel. Op deze manier kunnen bedrijven zien hoe werknemers de veiligheid ervaren en waar mogelijk nog verbeteringen nodig zijn. 

 

  1. De hele groep komt weer bij elkaar om samen te bespreken wat ze van de observatiekaarten vonden en welke leerpunten daaruit naar voren komen. Dit deel van de workshop werd in dit onderzoek ook gebruikt om de (kwaliteit van) de observatiekaarten en de workshop verder te onderzoeken.

De workshops

De observatiekaarten helpen medewerkers om te leren van veelvoorkomende oorzaken van valongevallen. De deelnemers aan het onderzoek vonden het een sterk punt dat de kaarten zijn gebaseerd op echte ongevallen.  

Tijdens de vijf workshops gingen de deelnemers met elkaar in gesprek over valgevaar. Ze deelden ervaringen over werken op hoogte, over wat goed en fout gaat of fout had kunnen gaan. Ook bespraken ze de onderwerpen op de observatiekaarten. Soms gaven deelnemers bijvoorbeeld toe dat ze bewust onveilig werkten, omdat er volgens hen geen andere optie was. Daarnaast werd er gediscussieerd over de oorzaken van valincidenten.

Bedrijven gaven na afloop aan dat er tijdens de workshops veel nuttige gesprekken waren, die in het dagelijkse werk vaak niet gevoerd worden door tijdgebrek. Toch verliep het niet altijd even soepel: soms kwamen discussies lastig op gang, domineerde één persoon het gesprek, of werden bepaalde kaarten nauwelijks besproken.

De contactpersonen die meededen aan het nagesprek vonden dat de workshops goed waren verlopen. Men was positief over de goede gesprekken, de actieve interactie en het feit dat iedereen echt meedeed zonder afleiding van telefoons.  

Om van de workshops een succes te maken, bleek een aantal voorwaarden belangrijk. Het helpt als de observatiekaarten en de opdracht duidelijk uitgelegd worden, als de workshop actief en interactief is, en als er een ervaren gespreksleider is die de kaarten goed kent. Daarom hebben we een handleiding gemaakt met spelregels en een leidraad voor de gespreksleider.

Aanpassingen en andere suggesties

Op basis van het onderzoek zijn de observatiekaarten op verschillende punten verbeterd. Zo zijn sommige afbeeldingen aangepast, is het kleurgebruik duidelijker gemaakt, zijn teksten korter en duidelijker geformuleerd, en zijn er extra versies van de kaarten gemaakt, bijvoorbeeld aparte kaarten voor vaste steigers en rolsteigers.

Deelnemers zien meer mogelijkheden voor het gebruik van de observatiekaarten. Zo kunnen bedrijven de kaarten bijvoorbeeld gebruiken tijdens veiligheidsbijeenkomsten (toolbox meetings), direct op de werkvloer bij de juiste machines of hulpmiddelen, bij de start van een nieuw project, als hulpmiddel bij veiligheidsrondes, en bij trainingen of onderwijs. De manier waarop de workshops zijn opgezet, kan bedrijven helpen om zelf regelmatig en gestructureerd te praten over veilig werken op hoogte.

De deelnemers hadden ook een aantal ideeën om de observatiekaarten aan te vullen. Ze stelden bijvoorbeeld voor om ook informatie toe te voegen over andere risico’s (zoals werken bij gevaarlijk weer) en om de kaarten te vertalen naar meerdere talen. 

De definitieve kaarten

De aangepaste observatiekaarten uit dit onderzoek ondergaan op dit moment nog een laatste check en zijn binnenkort gratis te downloaden op onze website. Ter ondersteuning hebben we een handleiding en spelregels toegevoegd waarmee organisaties de workshop “Vóór-vallen” zelfstandig kunnen organiseren. 
Bedrijven en organisaties die op hoogte werken kunnen de observatiekaarten naar eigen inzicht gebruiken. Dit om meer aandacht besteed aan veilig werken op hoogte en krijgen bedrijven een betere kijk op hoe veilig ze eigenlijk werken.

Het is essentieel om op te merken dat de observatiekaarten alleen gaan over veelvoorkomende en directe oorzaken die blijken uit de ongevallendatabase van het (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). De kaarten zijn geen vervanging van essentiële en wettelijke verplichtingen in het kader van de Arboregelgeving.