Vleesverwerkende industrie

De sector vleesverwerkende industrie

Deze webpagina beschrijft arbeidsongevallen in de sector Slachterijen en vleesverwerking, zonder pluimvee (SBI 1011 & SBI 1013). Op de webpagina zullen we naar deze sector verwijzen als de: vleesverwerkende industrie. De gegevens komen uit de Storybuilder database. De gegevens bieden inzicht in de aard van de ernstige meldingsplichtige ongevallen in de sector. In de database zijn 416 ernstige arbeidsongevallen uit de vleesverwerkende industrie opgenomen.

Verschillende grafieken op deze pagina laten zien wat kenmerken zijn van de meldingsplichtige ongevallen in de sector vleesverwerkende industrie. Ook laten de grafieken zien hoe deze kenmerken zich verhouden tot andere sectoren.

De slachtoffers in de sector

Voor de ongevallen in de vleesverwerkende industrie zijn in totaal 424 slachtoffers in de database opgenomen. Het merendeel van de slachtoffers is man (90%). De drie meest voorkomende omgevingen waarin gewerkt wordt als de ongevallen in de sector vleesverwerkende industrie plaatsvinden zijn:

  • Productie gebied, fabriek, werkplaats
  • Ruimte gebruikt hoofdzakelijk voor opslag, laden, lossen
  • Onderhoud gebied, reparatiewerkplaats

In onderstaande grafiek staan de leeftijden van de slachtoffers van deze ongevallen. Incidentele slachtoffers jonger dan 10 jaar of ouder dan 70 jaar zijn hierbij niet getoond.

In de Storybuilder database zijn alleen ongevallen opgenomen die meldingsplichtig zijn en ook daadwerkelijk gemeld zijn bij de Inspectie SZW. De gevolgen van deze ongevallen zijn vaak ernstig. In de onderstaande grafieken staan gegevens over de ernst van het letsel en de soort verwondingen van de slachtoffers bij ongevallen in deze sector.

In de grafiek hierboven staat de ernst van het letsel van de slachtoffers in deze sector. In 71% van de gevallen wordt het slachtoffer opgenomen in het ziekenhuis en moet daar een nacht of langer blijven. In 26% van de gevallen volgt er geen ziekenhuisopname. Voor de overige 3% is dit onbekend.

De aard van de verwondingen als gevolg van de ongevallen is verschillend. In de onderstaande grafiek staan de meest voorkomende verwondingen. De grafiek toont welke verwondingen bij meer dan 10% van de ongevallen optreden.

Zoals te zien in de bovenstaande grafieken zijn de verwondingen divers.

Deze verwondingen komen meestal voor aan “Bovenste ledematen” en “Onderste ledematen”.

Achterliggende oorzaken

Allerlei maatregelen en middelen zijn van belang om in een organisatie veilig te kunnen werken. Een organisatie verschaft deze maatregelen en de betrokken medewerkers gebruiken ze. Ook is het belangrijk om veiligheidsmaatregelen in stand te houden, te onderhouden en om hierop toezicht te houden. In de Storybuilder database worden de achterliggende oorzaken van ongevallen globaal in kaart gebracht. Storybuilder richt zich hierbij op de rol van het veiligheidsmanagement van de organisaties (zie bijvoorbeeld dit rapport). De onderstaande grafiek laat zien welke achterliggende oorzaken in de sector vaak een rol spelen en hoe dat zich verhoudt tot andere sectoren. Voor deze grafiek zijn alle ongevalstypen in de sector samen genomen. De grafiek heeft dus betrekking op 416 ongevallen.

Waar mensen werken, worden fouten gemaakt. De manier waarop het menselijk functioneren een rol speelt bij het ontstaan van arbeidsongevallen is bijgehouden in de database. Hiervoor is een model gebruikt dat is afgeleid van het werk van James Reason uit 1990 en dat is beschreven in zijn boek ‘Human Error’. Het model maakt onderscheid tussen overtredingen (doelbewust gedrag) en gedrag zoals vergissingen of uitglijders.

Het gaat dan om de volgende overtredingen:

  1. Routinematige overtredingen (een in de organisatie gebruikelijke manier van werken werd gevolgd)
  2. Situationele overtredingen (als gevolg van lokale omstandigheden zoals druk om de taak te voltooien)
  3. Exceptionele overtredingen (zeldzaam en onder bijzondere omstandigheden, zoals bij noodsituaties)

Vaak is er echter sprake van een gedraging die per ongeluk bijdraagt aan het ongeval. Hier speelt bijvoorbeeld de (onbewuste)taakuitvoering een rol, een verlies van aandacht of het vergeten van een actie.

Het gaat dan om de volgende gedragingen:

  1. Verlies van concentratie of aandacht bij de uitvoering van een specifieke taak waarbij het plan juist is (uitglijder)
  2. Vergeten om een (deel van) een taak uit te voeren (afdwaling)
  3. Vergissingen op procedureniveau (vergissingen waarbij routinematige handelingen (verkeerd) werden toegepast)
  4. Vergissingen op kennisniveau (vergissingen die verband houden met gebrek aan kennis of inzicht in de feitelijke situatie)

Deze informatie wordt sinds 2004 voor een deel van de onderzochte ongevallen bijgehouden. De onderstaande grafiek heeft betrekking op 158 ongevallen uit de vleesverwerkende industrie en toont de verdeling voor de 171 daarbij beschouwde menselijke fouten.

Waar gaat het mis?

Er zijn in totaal 36 verschillende type ongevallen in Storybuilder. Deze ongevalstypen geven een algemeen inzicht in de aard van het arbeidsongeval en de factoren die hierbij een rol heeft gespeeld. Analyses van deze ongevallen geven antwoord op de vragen zoals: wat is er gebeurd en waar ging het mis?
Onderstaande grafiek toont de meest voorkomende types ongevallen in de vleesverwerkende industrie en vergelijkt dit met ongevallen uit andere sectoren in de database. In de grafiek zijn alleen ongevalstypes opgenomen die relatief vaak voorkomen in de sector (meer dan 5% van de ongevallen in de sector).

De grafiek hierboven laat zien dat Contact met bewegende delen van een machine het type ongeval is dat voor deze sector het meest in de Storybuilder database is opgenomen. Het gaat hier om 142 ongevallen.

Maar waar gaat het dan mis? In onderstaande grafiek worden de maatregelen weergegeven waarbij het voor de ongevallen van dit type het vaakst mis gaat. De sector vleesverwerkende industrie wordt hierbij vergeleken met andere ongevallen van hetzelde type in de Storybuilder database.

Het gaat hier allereerst om maatregelen die een rol spelen bij de preventie. Het ging bijvoorbeeld mis bij de afscherming van een machine of bij het plaatsen van een ladder.

In de bovenstaande grafiek zijn de veiligheidsmaatregelen getoond die een rol speelden bij de preventie van de arbeidsongevallen in de sector waarbij er sprake was van Contact met bewegende delen van een machine. Het gaat dan om veiligheidsmaatregelen waarbij het in minimaal 10% van de ongevallen mis ging.

Ongevallen met bewegende delen komen voor deze sector het vaakst voor in de database. Bij deze ongevallen speelt de fysieke afscherming van het bewegende onderdeel altijd een rol. Er zijn allerlei manieren waarop het mis kan gaan met deze fysieke afscherming. De fysieke afscherming was bijvoorbeeld:

  • Niet verschaft (tenminste 24% van de ongevallen in deze sector)
  • Verwijderd of gedeactiveerd (tenminste 13% van de ongevallen in deze sector)
  • Onvoldoende (tenminste 37% van de ongevallen in deze sector)
  • Omzeild (tenminste 11% van de ongevallen in deze sector)
  • Kapot (tenminste 3% van de ongevallen in deze sector)

Meer informatie over ongevallen waarbij er contact is van het slachtoffer met bewegende delen van een machine is opgenomen in het verdiepingsonderzoek naar dit thema, beschikbaar op deze website.

Over de gegevens

De sectorinformatie op deze webpagina's komt uit de Storybuilder database van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. In deze database staan gegevens over meer dan 30.000 ernstige arbeidsongevallen. Deze arbeidsongevallen:

  •    zijn in Nederland gebeurd in de periode van 1998 tot en met 2014;
  •     hadden ernstige gevolgen en zijn gemeld bij de Inspectie SZWMinisterie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
  •     zijn onderzocht door de Inspectie SZW;
  •     en zijn geanalyseerd door het RIVM.

meer informatie